De Bonte zandgraver is verwant aan de mol maar graaft zich een weg in het zand van de woestijn.
Ze leven in kleine groepen en kunnen bijzonder goed ruiken. Ze ruiken van tientallen kilometers ver water en voedsel. Ze graven zich zeer snel en net onder het zandoppervlak een weg ernaartoe. Het stofwolkje dat ze achterlaten wijst andere dieren de juiste weg naar een drinkplaats.
’s Avonds steken ze hun kopje boven het zand uit en zingen een lied samen met andere Bonte zandgravers in de buurt. De weinige mensen die dit ooit hebben mogen aanhoren vertellen dat het een beetje lijkt op het huilen van wolven maar veel hoger van toon en met meer melodie, zoals het gezang van een nachtegaal. Ze worden daarom ook wel eens de ‘Nachtegaal van de woestijn’ genoemd.
Mahar, 8

