Dit schepsel is het afschuwelijkste, engste, vreselijkste, angstaanjagendste monster dat je kan tegenkomen. Zijn favoriete maaltijd zijn kinderen, lekker fijn en klein, maar ook heel sappig. Zijn schuilplaats is niet in een bos op een afgelegen plek, maar juist ergens vlakbij, heel onverwacht. Daar verstopt hij zich in het mos of in de struiken in de tuinen van grote gezinnen. Hij slaat toe als de kinderen in de tuin zijn of langs de paden lopen. In een hap naar binnen, supersnel. Hij maakt dampen, mist, zodat hij ongezien wegkomt. Een kort gebeuren, maar voor hem is het een feest. Tanden en mond vol bloed en geen neus want dat reukorgaan zou hem kunnen verraden als het vooruitsteekt. Een lichaam, alleen bedekt met bloed en stekels om te kunnen doen wat hij graag wil. Steeds in de buurt en klaar om toe te slaan.
Maxime, 12

