Groene Bosvos

De Groene Bosvos werd voor het eerst in 1870 gezien in het Hidaka gebergte op het noordelijk eiland van Japan en nadien zéér sporadisch ook in andere ongerepte oerbossen over de hele wereld opgemerkt. Nog nooit is de Groene Bosvos tweemaal op dezelfde plaats waargenomen. Of dat komt door de ongelooflijke schuchterheid van het dier, of omdat de Groene Bosvos meteen vertrekt als deze door een mens gezien wordt is niet helemaal zeker, maar naar alle waarschijnlijkheid is het een combinatie van de twee. Sinds 1870 werd de Groene Bosvos wereldwijd iets meer dan 200 keer gezien. In Europa wordt het aantal waarnemingen op een 30-tal geschat. Vooral in Bulgarije, Roemenië en de Scandinavische landen.

De Groene Bosvos is ongeveer zo groot als een egel en leeft uitsluitend in moeilijk toegankelijke oerbossen. Haar twee achterpoten zijn vergroeid met haar staart. Ze loopt op haar twee voorpoten en springt van tak tot tak in de bomen. Doordat ze tijdens het springen met haar krachtige en brede staart wappert, kan ze veel verder springen dan de eekhoorn. Soms lijkt het of de Groene Bosvos korte afstanden kan vliegen.

Normaal zijn de oranje en roze kleuren rond de ogen bijna niet zichtbaar omdat ze de huid dichtplooit rond de ogen. Enkel de oranje neus is dan zichtbaar, de rest van de kleuren verdwijnen in de schaduw van de pels. Enkel om de aandacht van de puppy’s te trekken wordt de pels opengeplooid, of wanneer er gevaar dreigt. Wanneer de Groene Bosvos zich bedreigd voelt klapt ze de huid snel open en dicht waarbij, door bioluminescentie in oogkliertjes onder de pels, de paarse, oranje en roze haartjes fel oplichten. Het knipperlicht effect doet de meeste dieren die een bedreiging vormen op de vlucht slaan.

Zowat alles wat er over de Groene Bosvos verteld en geschreven wordt is gebaseerd op vermoedens omdat het dier zich uiterst zelden laat opmerken. Zo wordt vermoed dat de Groene Bosvos slechts één keer in haar leven twee tot drie puppy’s heeft. Er is ook geen weet van mannelijke Groene Bosvossen. Biologen vermoeden dat ze een nest maakt in de bomen. Dat nest zou gevlochten worden met gras, riet, bladeren en twijgjes. Ze zouden hun hele leven daar blijven en enkel vertrekken wanneer ze worden gezien door een mens. Eens de puppy’s volwassen zijn wordt er een kamer bijgebouwd of een nest overgenomen van een gestorven familielid. Slechts één keer is een vermoedelijk nest van een Groene Bosvos ontdekt, maar het was reeds verlaten.  Over eetgewoontes en ouderdom is er geen enkele aanwijsbare kennis. De weinige keren dat een Groen Bosvosje werd gespot zat het in een boom, er wordt dus vanuit gegaan dat de Groene Bosvos zich enkel uit noodzaak op de grond begeeft.

Bart, 53