De muz is een klein wezentje dat huist in bomen, met een lichte voorkeur voor naaldbomen, maar ook loofbomen huisvesten regelmatig Muzen Ze hebben een witte pels die op hun rug tot kleurige schubben evolueert. Bij de minste bedreiging rolt de Muz zich op. Je ziet dan enkel nog een kleurrijke dennenappel op of aan de takken staan of hangen.
Muzen leven in groep, deze groep wordt commune genoemd. Een commune bestaat uit veertig tot tachtig Muzen. Slechts enkelen zijn mannetjes, de meeste Muzen zijn vrouwtjes. Na de bevruchting bevalt het vrouwtje van één kleintje dat nog enkele weken verder groeit in een buidel. Zowel het vrouwtje als het mannetje hebben een buidel en kleintjes worden door beiden gedragen. Maar de kleintjes gaan steeds naar de mama om te drinken. Behalve bij de dracht en het zogen van de kleintjes hebben mannetjes en vrouwtjes geen specifieke taken in de commune.
Muzen eten mossen en andere kleine plantjes die op de schors van de boom groeien. Drinken doen ze door ondersteboven aan een tak te gaan hangen wanneer het regent, het regenwater druppelt door de schubben naar de mond. Muzen slapen ook op deze manier, hangend aan een tak. Wanneer een waterdruppel die is achtergebleven in de pels van een Muz, tijdens haar slaap naar beneden valt, bevat deze druppel een fantastisch idee. Als zo’n druppel op een mens of dier terecht komt, krijgt die het idee cadeau. Bijna alle dieren zijn in staat dit idee te ontvangen, wat bij mensen zelden het geval is, die houden meestal enkel van hun eigen ideeën.
Muzen trippelen van boom tot boom, liefst over de takken. Tijdens de herfst gebeurt het wel vaker dat ze zich over de grond van de ene naar de andere boom begeven, dit gebeurt soms over verrassend grote afstanden voor zo’n klein diertje. Muzen houden een korte winterslaap van enkele weken, de kleinsten kruipen dan terug in de buidel bij mama of papa.
Bart, 54

