In tegenstelling tot de boomvariant, die op de rug na volledig hetzelfde is, heeft de Rivierknuffelsnoet een vin-achtige rug. De rug, die wat aanvoelt als dolfijnenhuid, doet dienst als afweermechanisme op land en als camouflage in de rivier.
Ze zijn klein genoeg om in de palm van je hand te zitten, met een grootte van circa 15 tot 20 cm.
De knuffelsnoet kreeg zijn naam omdat hij bijna enkel te zien is als hij een ander wezen knuffelt. De soort werd een eeuw geleden ontdekt terwijl een exemplaar een zaailing aan het knuffelen was. Hun rug, die ogen vertoont, moet als afweermechanisme dienen als ze aan het knuffelen zijn om ongestoord verder te doen.
Ze leven in alle habitats waar er zich rivieren bevinden. De Boomknuffelsnoet leeft enkel in loofbossen. Omdat ze tot nu toe enkel knuffelend aangetroffen zijn is het niet geweten wat ze eten, hoe ze zich voortplanten, wat hun gedragingen zijn of wat hun populatiegrootte is. Omdat ze echter almaar minder worden aangetroffen vermoedt men dat ze net als vele andere soorten slinken in aantal. We weten dat ze in groep leven omdat ze geregeld worden aangetroffen in groepsknuffels of tesamen een groter dier of een boom knuffelend.
Het onderzoek van 20 jaar geleden was een doorbraak voor onze kennis. Het was het langste onderzoek tot noch toe (meer dan 5 maanden). Tijdens het filmen van een knuffelsnoet werden de twee onderzoekers van dienst zich bewust dat hun voeten en enkels geknuffeld werden door maar liefst 5 knuffelsnoeten. Toen ze echter de camera’s wilden draaien, raakten de knuffelsnoeten in paniek en liepen weg. Dankzij de beschrijving van de bewuste onderzoekers weten we nu dat knuffelsnoeten ‘waggelen als eendjes, en springen als konijntjes¹’.
1 Interview met Van Lieverdaele, 2004
Otis, 21

