De Kleine Sablies of minticulus Sarblent. Dit wezen is familie van de witte draak uit The never ending story. Ze hebben de lichaamsbouw van een slang en verplaatsen zich het liefst vliegend, maar zwemmen doen ze ook zeer goed. Hoewel ze als een slang kunnen kruipen over de grond doen ze dit toch liever niet. Ze worden niet groter dan 20 cm. Hun lichaam is bedekt met kleine lichtblauwe veren die sterk iriseren van rood-paars tot groen-geel. Op hun rug en staart staan 6 tot 9 blaadjes die net zoals boomblaadjes groeien in de lente, verkleuren in de herfst en laat in de winter afvallen. In de lente tijdens de eerste fase van de groei lijken de blaadjes op bloemen, en is het net alsof de kleine Sablies in bloei staat. Als de blaadjes volgroeid zijn verschijnen er één of twee bolletjes aan de binnenkant van een blad, zoals de zaadjes van de lindeboom.
Deze bolletjes zijn bevruchte eitjes waarin een kleintje groeit. Amper één dag na het uitkomen kan de Kleine Sablies zwemmen en vliegen. Ze worden nog zes tot acht weken gevoed door de beide ouders. Ze eten bessen, zeewier en andere waterplanten en insecten. En hoewel ze een groeispurt maken in de eerste paar weken van hun bestaan wordt de Kleine Sablies nadien erg traag oud. Wanneer hij sterft wordt de Kleine Sablies een tak aan een boom. Ze maken geen nest maar slapen in bomen. De zang of roep kan je nog het best vergelijken met gorgelen. Ze komen overal ter wereld voor en leven in rots- en bergachtig kustgebied. In koude streken neigen de blauwe veren eerder naar het groen-geel terwijl in warme streken de blauwe veren eerder naar het rood-paars neigen. Hoewel ze overdag solitair leven komen ze ‘s avonds samen in kleine kolonies om te slapen.
Bart, 53

