De schimmelhond (Canis lupus myceteae)
Leeft in donkere bossen met veel mos. Ze komen vooral voor in Canada, Alaska, Denemarken. In de winter groeit er een laag schimmel over ze heen om hen warm te houden. Ze zijn dan helemaal bedekt, behalve hun hoorns, tanden, schorpioenenstaart en klauwen. Schimmelhonden zijn eigenlijk gestorven versies van de gewone hond. Wilde honden die zijn geïnfecteerd door een schimmel. Schimmelhonden jagen op konijnen, hertjes, ratten/muizen en vogels. Hun witte ogen kunnen in de dodenwereld kijken. Als daar zielen van dieren zitten kan de hond er op jagen om ze deels leeg te zuigen. Hierdoor krijgt de hond een soort geneesmiddel in z’n bloed en het prooidier krijgt minder honger. Ze eten ook paddenstoelen, want daar krijgen ze een energieboost van. De paddenstoelen boosten de schimmel op de schimmelhond.
Ookal zien ze er angstaanjagend uit, Schimmelhonden zijn meestal vriendelijk. Ze zijn immers nog steeds hond vanbinnen.
Ze wonen vaak onder de wortels van bomen, liefst mangrovebomen. Schimmelhonden kunnen geen kinderen krijgen, want je kan niet van iets doods(achtig) iets levends maken.
Als je hun vertrouwen wilt, moet je ze een bot geven van een vers gedood dier.
Schimmelhonden beschermen vaak dieren waar ze een vertrouwensband mee hebben.
Soerke, 14

