Schorskleefzwever

De Schorskleefzwever schuilt tussen de vele elfenbankjes op boomstammen. Door zijn vorm valt hij tussen die bankjes niet op.

Zijn ‘bloemenrok’ voelt zacht aan als veren, maar bestaat uit uiterst fijne haartjes die de rokhuid bedekken. In de haartjes zie je een bloemenpatroon terugkomen, iedere Schorskleefzwever bezit zijn uniek patroon, met unieke kleurencombinaties. De bloemenrok dient om tussen de stammen heen en weer te zweven, dat doet hij het liefst op zachte briesjes. Als het te winderig is kleeft hij zich stevig vast met zijn slak-achtig lijfje, maar soms trekt een windvlaag hem los en vliegt hij onstuimig en stuurloos rond in het bos. Op dat moment komt zijn kleine stekelhoorn midden op zijn kopje goed van pas. Daaruit vertrekt een groene draad (een beetje zoals spinrag maar dan in een bronsgroene kleur) die hij met een beetje geluk naar de elfenbankjes waartussen hij zit kan schieten, en die hem verhindert om te ver verwijderd te geraken van zijn boom. Hij hangt dan een beetje als een vlieger tussen de boomkruinen. Als de draad, die enorm sterk is, toch breekt kan de Schorskleefzwever niet veel anders doen dan zich overgeven aan de grillen van de wind, en vertrekt hij onverwacht op avontuur.

Zijn heldergroene ogen lijken erg op die van een kat, en ze spiegelen net zo als ze tijdens de nacht door een lichtstraal worden beschenen.

Schorskleefzwevers eten liefst oude bladeren, omdat ze zo lekker kraken en knisperen. Voor de winter begint doen ze nog wat extra krachten op door een beetje boomhars te smullen. Met hun stekelhoorn boren ze een klein gaatje doorheen de schors, en met hun lange tong peuteren ze in het gaatje tot bij het hars. Vermoedelijk slurpen ze het hars doorheen hun holle tong op.

Rebecca, 49