Naam: geslurfdewervelvleugeloorarend, Latijnse benaming: Probascis Columna Ala Auris Aquila
Wezen met vermoedelijke oorsprong in de Ionische Zee. Niemand weet hoe lang een Slergelvloorvel leeft.
Slergelvloorvellen kunnen klein en groot zijn, zich enorm openvouwen en weer dichtvouwen.
Slergelvloorvellen kunnen voorkomen in water, lucht, aarde en vulkanen.
Slergelvloorvellen zijn tweeslachtig en alleseters. Ze leggen 1 of meerdere eieren. Uit het ei van de Slergelvloorvel groeit eerst een boom. Uit de boom ontstaat de vluggewervel. Uit de vluggewervel groeien de volgende kenmerken:
Hoe herken je de Slergelvloorvel?
Ogen: Een kaal oog met een dik ooglid aan de onderkant, en een dun ooglid aan de boven andere kant met oogsnot en traanvocht. Een gewimperd oog aan binnen- en buitenkant.
Beide ogen kijken overal doorheen, jij kan door de ogen heenkijken, de SlergelVloorvel leent graag de ogen uit.
Vleugeloor om te aaien, vliegen, waaien, zwemmen en wiegen, om te ontvangen.
Om te vragen: Slurf: kan strelen, om te omarmen.
Vuist opent in contact, om te bewaren
Borst, binnenstebuiten lijkend aanzwellend en eierblaas, blaastoeter om te fluiten en te loeien
Zwemvlies
Klauw om te ademen, kan barsten en afvallen, groeit opnieuw door streling, om te jagen en te redden.
Poriënpukkel om te ademen.
Staart die het soms verborgen houdt, om te ademen en voor ontlasting.
Kirsten, 48

