Twijfelaar werd door wetenschappers (mensen) getest. Het waren eerst twee slangen maar ze werden aan elkaar geplakt. Één slang was goed, en één slang was kwaadaardig. De slechte slang wil bijvoorbeeld een kwal slaan, terwijl de andere een oude vrouw wil helpen oversteken. Sindsdien worden ze Twijfelaar genoemd.
Twijfelaar eet alles. Er is maar één soort. Het leeft in ‘de gevaarlijke’. Wat dat precies is weet niemand, want ze zijn te bang om er heen te gaan. De twee arme slangen zijn boos op de mensen om wat die hen hebben aangedaan. De goede slang probeert hen te vergeven, maar de andere laat dat niet toe. De meeste slangen worden bang voor Twijfelaar, en dat vinden ze leuk. In ‘de gevaarlijke’ wonen ook andere wezens die als proefkonijn werden gebruikt. En die zijn ook boos. Daarom wordt het ‘de gevaarlijke’ genoemd.
Malika, 11

