Die ene keer, toen Heelstokdikkeolifant echt niets zag

Het appartement waarin Heelstokdikkeolifant woonde was eerder klein en heel bescheiden. Het had maar één kamer en op de vloer lag een dik, groen tapijt dat precies zo groot was als de kamer zelf. “Net alsof je met je tenen door het gras loopt” zeiden bezoekers soms. Hijzelf kon dat niet zeggen want Heelstokdikkeolifant had helemaal geen tenen. Veel stond er niet in het appartementje. Aan het grote raam, dat bijna van het gras tot het plafond kwam, stond één stoel, gekregen van zijn beste vriendin en geschilderd in het mooiste rood dat er bestond. Voor de rest was het appartementje leeg. En hoewel hij het er reuzegezellig vond, was zijn lievelingsplek toch ergens buiten. Zo nu en dan nam hij zijn stoel op de rug en ging er heen. Dan wandelde hij door de straten van de stad tot ver voorbij de brug over de snelweg. Daar haalde hij diep adem tussen de bomen van het bos. In dat bos, aan de rand van een prachtige en heerlijk rustige vijver, lag zijn boot. Het bootje was eerder klein en heel bescheiden, behalve twee riemen en een kleine plas op de bodem, lag er niets in. Dan zette hij de stoel in de boot en voer de vijver op.

Heelstokdikkeolifant was geen durver, geen sporter, geen ondernemer of strever, krijger noch volger, slaper, danser of dromer. Heelstokdikkeolifant was een kijker. Dat is wat hij het liefste deed, wat hij als de beste kon. In zijn appartement zat hij op zijn rode stoel voor het raam en keek naar de mensen met hun hond in de straat, naar de kinderen op het plein met bomen en de duiven erin. Naar de poes die die laatsten ook wel zag zitten. Hij keek naar de kleurige bloemen op de vensterbank van de overburen. Op zijn boot keek hij naar het water en de vissen erin, naar de vogels erboven, de bomen en dieren eromheen. Hij kon uren naar de maan of de wolken kijken, en hoe de zon de lucht kleurde. Er was altijd en overal zóveel te zien. Behalve die ene keer toen het zó hard onweerde en de regen met bakken uit de lucht viel, dat hij onder zijn stoel moest gaan schuilen en niet over de rand van zijn boot kon kijken. Maar het was bij zijn weten maar één keer gebeurd dat er niets te zien was. Zelf in het pikdonker is iets te zien, er zijn zo veel verschillende soorten donker. Maar dat kan ik je niet uitleggen zei hij dan, je moet er zelf maar eens in kijken.

Door Bart Luypaert