Het onweer, de boot en het eilandje met de vreemde diertjes

De dikkopeend kwam als eerste boven, ze kwaakte erop los. De uitkijkslang kroop als tweede naar boven. Ze kan haar stekelogen in de lucht steken en zeer ver turen en sissen bij gevaar. De streepmug vloog snel over iedereen heen en kwam als derde aan. Als iemand stout is of niet goed luistert kan ze hard steken. Het vierde en vijfde diertje kwamen puffend boven. Zij zijn de magische penseeleenden die alles heel mooi kunnen kleuren. De pauwstaartkrokodil kwam als zesde rustig aangelopen, zij is niet gevaarlijk en pronkt graag met haar veelkleurige pauwenstaart. De tafelschildpad had het lastig, toch kwam ze nog als zevende aan. Iedereen was blij, zo konden ze samen aan de tafel eten terwijl de schildpad geduldig afwachtte wie haar iets zou toesteken. Het achtste diertje was het konijn met het hertengewei. Zij zal iedereen beschermen en als het nodig is met haar gewei verdedigen en vechten. Het negende diertje was een visje met een blauw kruis. Zij zal iedereen verzorgen als ze ziek zijn. Ze blijft wel aan de kant want op het land voelt ze zich niet zo goed. Het tiende diertje was het stippelzwijn, zij is heel slim en graaft diepe putten om in te schuilen. Het elfde diertje was Taki, hij heeft veel schrik. Zijn stok dient om een vuurtje te stoken. Het twaalfde diertje was de egeleend, zij kan haar pluisjes in de lucht steken.
























Door Madeleine van Geet (9)
& Eloise van Geet (6)
Geïnspireerd door ‘Mrs Noahs Pockets‘
