Zuidelijke Veldschuifel

De noordelijke variant heeft een staartje dat naar beneden wijst, puntige oren en een kopnaald die wat naar voren helt. Daarom heet de noordelijke ook wel de Kuise Veldschuifel.

Deze zuidelijke variant heeft een vrij groot voorschild, ook wel het frontblad genoemd. Front- en achterblad nemen zonlicht op, daarvan leeft de Veldschuifel. Ook de zijkanten van de voeten nemen zonlicht op. De Veldschuifel beweegt zich doorgaans springend voort, op zoek naar de plek met de meeste zon. Als het een goede plek heeft gevonden schuifelt het wat mee met de langzame beweging van de zon. In het voorjaar kun je de Veldschuifel aantreffen op open plekken in rustige delen van graslanden en steppen.

Zijn kop en romp zijn behaard, bruinrood van kleur. Zijn kopnaald is hoornachtig. De voeten zijn roze/wit aan de buitenkant en geel aan de binnenkant. Ze zijn niet behaard en doen denken aan zwemvliezen, maar hij kan niet zwemmen.

Riet, 65