Het Zwevend biloortje leeft in het dakgebinte van oude boerderijschuren. Ze zijn nauw verwant aan vleermuizen en aan varkens. Ze prikken zichzelf met hun puntstaartjes ondersteboven vast in houten balken en hangen zo te slapen. Bij regenachtig weer, en zeker bij onweders worden ze gewekt door het geluid van de vallende regendruppels en lossen ze de balk om met hun bilvleugels (een soort van dikke vliezen aan hun achterwerk) al zwevend de schuur te verlaten en in de regen te gaan vliegen.
Als het veel geregend heeft en er modderpoelen verschijnen gaan ze tussen de varkens in de modder rollen. Daarna gaan ze op een varken liggen om te zonnebaden en te drogen.
Ze zijn niet veel groter dan vlinders, en door de ‘ogen’ (dit is een tekening in de huid op hun achterwerk) denk je ook dat je vlinders ziet rondfladderen, maar het zijn biloortjes.
Ze eten het liefst braambessen en frambozen omdat deze vruchten uit kleine bolvormige deeltjes bestaan en zo’n deeltje door hen makkelijk kan worden meegenomen naar het nest. Tijdens de wintermaanden leven ze van zaden of kleine noten die ze tussen hun stevige voorpoten kunnen kraken.
Kando

