Ceppeschepsel, afk. ‘Ceppeke’ (Felis boletus)
Verspreidingsgebied in Europa: Het verspreidingsgebied van het Ceppeke is zeer gelijklopend met dat van de Europese Boskabouters, nl. met als Westgrens de Ierse oceaankust, als Oostgrens het diepste Siberië, als Noordgrens de omlijning de poolcirkel, en als zuidgrens een lange lijn van onder de Belgische zeegrens tot in de Kaukasus.
Uiterlijke verschijningsvorm: Moeilijk op te merken in het landschap door hun luifelachtige hoofdvorm. Het Ceppeke camoufleert zich uitstekend als Eekhoorntjesbrood (Botelus Edulis). Voor de rest is hun kleuring afhankelijk van woongebied en leeftijd: het lichaam varieert van lichtgroen tot diep kastanjebruin. Zeer kenmerkend zijn de kleine vlekjes die het lichaam sieren – de kleur hiervan verschilt eveneens van individu tot individu. Met de leeftijd worden deze stipjes feller en wilder in kleur. Zo zijn er al Ceppekes op leeftijd gevonden die in pracht en praal hun laatste jaren beleven, met felroze en gele versieringen.
Tijsbesteding: Ceppekes spenderen hun dagen door de zwamvlokken (of mycelia) van het bos te verzorgen. Zo wijzen ze schimmeldraden de weg naar nieuwe, jonge bomen en verplegen ze oude netwerken. Hun favoriete bezigheid is het aansturen van heksenkringen (waarna ze er uitbundig rond dansen). Ze worden soms ook betrapt op het schilderen van bont-kleurige stippen op vliegenzwammen.
Wonen/eten/relaties: Ceppekes genieten van een rijk sociaal leven, in de hand gewerkt door hun collectieve woonvormen. In tegenstelling tot wat lang vermoed werd (nl. dat zij bodemdwalers waren), wonen zij hoog in de kruinen van de bomen. In één volgroeide boom kan een ganse gemeenschap Ceppekes huizen, die in ruil hiervoor de boom piekfijn verzorgen (en ja, soms ook bestippelen). Zij nestelen zorgvuldig boomhutjes bestaande uit verzameld hout tussen de takken. Het koken (mos, besjes en bladeren met een wijd scala aan kruiden) wordt gemeenschappelijk gedaan, net zoals hun vele verhalenavondjes.
Contact met anderen: De nauwste band onderhoudt het Ceppeke met de Boskabouter, met wie ze in voortdurend contact staan over de staat van de mycelia van het bos. Verder zijn ze zeer grote bewonderaars van katten – maar enkel vanop veilige afstand.
Mia, 20

